"Ja" of "Ja, maar"

 

Inleiding

 

Trouw binnen het huwelijk is een beladen woord, waar velen in onze tijd maar moeilijk iets over kunnen zeggen. De meeste mensen zijn het er in ieder geval wel over eens dat trouw belangrijk is in het leven. Hoe men daaraan invulling geeft, wat de inhoud is van trouw en tot hoever trouw gaat, wordt heel verschillend geïnterpreteerd. Men heeft er ronduit nogal eens moeilijkheden mee een goede omschrijving te geven van trouw. De onvoorwaardelijke trouw, zoals deze beschreven staat in de bijbel wordt vaak vanuit een proportionalistische visie als onmogelijk beschouwd. Dat diezelfde onvoorwaardelijke trouw als opdracht geldt voor de kerkelijk gehuwden wordt eveneens voorzien van het etiket ‘onmogelijk’. Misschien kunnen we kort enkele lijnen uitzetten omtrent de onvoorwaardelijke trouw, welke behoort tot de roeping van iedere christen, en op unieke wijze voor de gehuwden. Via een korte schets van de huidige situatie richten we ons op enkele bijbelse teksten die ons openbaren dat God zelf de ondoorgrondelijke en altijd trouwe God is. Zo komen we bij enkele handreikingen voor een hernieuwde beleving van de opdracht tot die onvoorwaardelijke trouw binnen het sacrament van het huwelijk.

 

 

Hedendaagse situatie.

In iedere tijd wordt gehuwd, zo ook in onze tijd. Man en vrouw geven elkaar het onvoorwaardelijke ja-woord, beloven elkaar dus trouw, wat hen ook overkomt. Het is deze belofte van trouw, die de basis is voor hun exclusieve en totale levensgemeenschap. In onze westerse beschaving kende we tot voor enkele tientallen jaren geleden nog het huwelijk als vertrekpunt van het totale samenzijn van man en vrouw. Nu is die praktijk wel zeer veranderd. Het grootste deel van de stellen die gaan trouwen hebben reeds een zekere tijd (meestal al enkele jaren) ongehuwd samengewoond. Anders gezegd: ze kennen het leven als gehuwde al. De vraag die je hierbij dan ook kunt stellen is: Waarom nog huwen?[1][1] Wat verandert er eigenlijk? In de praktijk zal er inderdaad maar weinig veranderen, toch is het samenleven van de gehuwden (zichtbaar in het dragen van de trouwring), wezenlijk verschillend van de ongehuwd samenwonenden.

Juist het ongehuwd samenwonen wordt nogal eens beschouwd als een soort ‘proefhuwelijk’, om uiteindelijk te trouwen (ook wel het uitgestelde huwelijk genoemd). Bij deze stellen is er het verlangen naar “een vertrouwvolle intermenselijke relatie”[2][2]. Daarnaast zijn binnen de groep van ongehuwd samenwonenden nog andere motivaties te vinden voor de totale vorm van levensgemeenschap: zij die een relatief stabiele man – vrouw gemeenschap vormen op basis van gemeenschappelijke belangen, vooral de seksuele gemeenschap. Bij de laatste groep vinden we in de vormen van relatie, waar ook uiterlijk grote verschillen zijn met de huwelijkse samenlevingsvorm, deze eigenlijk geheel afwijzen en “nieuwe vormen van het huwelijk willen ontdekken en ontwikkelen” [3][3]

Wat telkens ontbreekt bij de drie genoemde motivaties van ongehuwd samenwonen is het , ongeconditioneerde woord van trouw, het totale “ja”.

Op de één of andere wijze lijkt het voor de huidige mens een onmogelijkheid trouw te beloven voor je totale toekomst. Men ‘voelt’ wel dat trouw zeer belangrijk is, maar een nader onderbouwde argumentatie van onvoorwaardelijke trouw blijkt vaak niet mogelijk.

 

Daarin zien we dat de huidige technische cultuur niet geleerd heeft hoe met levensvragen om te gaan.

Je zou kunnen zeggen dat, in plaats van  het onverkorte en onvoorwaardelijke ja-woord, men eerder de neiging heeft “ja, maar…”te zeggen. En de ‘maartjes’ zijn dan in te vullen met de reserves die men heeft, welke bestaan uit persoonlijke belangen of ronduit de angst weergeven om een belofte uit te spreken, die een reikwijdte heeft van hun hele toekomst. Ook op financieel terrein bouwen de partners individuele zekerheden in. In de meeste gevallen wordt in Nederland het burgerlijk huwelijk gesloten onder huwelijkse voorwaarden, mocht het onverhoopt toch allemaal niet gaan zoals men zich dat had gewenst. In dit voorbeeld gaat het niet om een bijzaak, maar het is een hele belangrijk kwestie voor veel jonge stellen. Er is dan in zekere zin vanaf het begin reeds een vorm van reserve. Als er problemen komen, dan zit je financieel niet directe in een diepe put. Het slaat eigenlijk a priori een barst in de onvoorwaardelijkheid van de het ja-woord. Gebrek aan een doordachte en doorleefde motivatie kan een veelheid aan problemen opleveren.

Want, wanneer je het middelpunt van het huwelijk niet zo helder hebt is de kans ook vrij groot dat men ook andersoortige relaties met een zelfde ‘waardige’ invulling gaat omgeven. Dat is nu precies de ontwikkeling van de laatste jaren. Naast het huwelijk van man en vrouw zijn er immers nog vele andere vormen van samenleven, die wezenlijk verschillen van het huwelijk, maar min of meer als gelijkwaardig worden beschouwd. En deze samenlevingsvormen (ongehuwd samenwonenden, homohuwelijken enz.) hebben een burgerlijk erkende status, die grenst aan de huwelijkse staat. Het is een impliciete miskenning van het huwelijk van man en vrouw. Het bewerkt een chaos in de menselijke contacten en werkt een steeds verdere uitholling van het gezinsleven in de hand.

Wat betreft die exclusiviteit is bij nader inzien vast te stellen dat deze vormen van samenleven  minder exclusief zijn dan men pretendeert. Men aanvaardt (of beter gezegd, men eist) namelijk wel de rechten op van de huwelijkse staat, maar de plichten worden maar al te vaak onbesproken gelaten (in de taboesfeer) In ieder verbond zijn rechten en plichten en beiden moeten ook serieus genomen worden, anders verliest het verbond zijn kracht. Het is de sluipende onverschilligheid  die zodoende terrein wint.

Het feit, dat het aantal echtscheidingen in de afgelopen decennia steeds een groot aantal betreft (momenteel ongeveer één op de drie) doet ons misschien des te dringender de vraag stellen: Wat is er aan de hand met de huwelijksbeleving, waar liggen de problemen. Problemen, weliswaar, die niet dateren van de laatste jaren, maar gaandeweg gegroeid zijn. Problemen, die heel uitdrukkelijk worden gemeld tijdens de bisschoppensynode over het gezin van 1980 in Rome als “zorgwekkende tekenen”, aldus  paus Johannes Paulus II in zijn exhortatie “Familiaris Consortio”. In deze aansporing over het gezinsleven maakt de paus een korte opsomming van de dan (en helaas ook nu) actuele problemen: “de uitbreiding van de echtscheiding en het aangaan van nieuwe verbintenissen onder de gelovigen zelf; de aanvaarding van het louter burgerlijk huwelijk, in strijd met de roeping van de gedoopten ‘ten overstaan van de Heer trouwen’; de sluiting van het sacramentele huwelijk zonder een levend geloof, om andere motieven; de afwijzing van de morele normen die het menselijk en christelijk gebruik van de seksualiteit in het huwelijk regelen en bevorderen”.[4][4] Het is een bondige probleemstelling die vandaag geschreven had kunnen worden, want deze situatieschets heeft niets aan actualiteit ingeboet.

We mogen niet stil blijven staan bij de constatering dat het allemaal ‘maar slecht gaat’. Neen, we zijn des temeer geroepen om de diepe realiteit van het huwelijkssacrament opnieuw onder de aandacht te brengen, zoals de paus in Familiaris consortio het voortouw neemt. Het sacramentele woord van trouw is niet alleen een zaak van mensen, maar allereerst van Gods overvloedige genade. God is niet karig in zijn  gaven aan ons, Hij schenkt overvloed, en juist dàt onder de aandacht brengen van hen die willen huwen is een wezenlijke binnen de huwelijksvoorbereiding. En het is in de heilige Schrift dat ons wordt geopenbaard hoe groot de liefde is die God ons toedraagt, daar vinden we de fundamenten van onze motivatie aangaande het begrip ‘trouw’. We zijn geroepen om met vreugde van deze onverbrekelijke trouw van God aan ons te getuigen.

 

 

Gods trouw als gave en opdracht aan de mens, bijbelse achtergronden.

 

Trouw is een uiting van de hoogwaardigheid van het menselijk leven. Het is een noodzaak omwille van het feit dat zonder trouw geen relatie tussen personen stand kan houden. We zien deze waarheid steeds terugkomen in de heilige Schrift. 

Door trouw kan er binnen een relatie kan pas een diepe en innige band ontstaan. Trouw is nodig om het verbond in stand te kunnen houden wat gesloten is. We zien het ook bij de sluiting van het Verbond in het Oude Testament tussen Jahwe en zijn volk (wat Jahwe “op bijzondere wijze” zijn “eigendom” <Ex. 19,5> noemt). Jahwe heeft zijn verbond gesloten met het volk, dat Hij heeft uitverkoren. Van God uit gezien is dit de volmaakte verwerkelijking van het ja-woord naar de mens toe, telkens opnieuw geeft Jahwe alle krediet aan zijn volk om het te brengen naar het land van de belofte: zie het boek Exodus, waar God  Mozes heeft uitverkoren om de mens te bevrijden uit de slavernij, weg te voeren van de onderdrukking. Op basis van het verbond gesloten op de heilige berg de Sinaï, trekt God met zijn Volk mee (Ex. 20). Jahwe vraagt aan “het huis van Jakob”, dat zij “:aan mijn Woord gehoorzaamt en mijn verbond onderhoudt (Ex. 19). God vraagt een onverkorte trouw. Het volk antwoordt met de belofte: “Alle woorden die Jahwe tot ons gesproken heeft zullen wij onderhouden” (Ex. 24, 4). Na het voorlezen van het verbondsboek door Mozes benadrukt het volk nogmaals: “Alles wat Jahwe zegt zullen we doen en ter harte nemen.” (Ex. 24, 7). God geeft het volk alle krediet en het volk belooft voortdurend het vertrouwen op God in stand te houden, en telkens weer dat alleen het volk het verbond schendt, wanneer het in zonde vervalt. Het is de mens die schade brengt aan het verbond. Bij God is de verbondstrouw niet vergankelijk, Hij blijft zijn verbondsliefde telkens tonen, en bij monde van de profeet Hosea bewijst Hij opnieuw het karakter van zijn liefde en trouw voor het volk: “Ik neem u als mijn bruid voor altijd, als mijn bruid in recht en gerechtigheid, in goedheid en erbarming, als mijn bruid in onverbrekelijke trouw: dan zult gij Jahwe leren kennen” (Hos. 2, 21-22) (hier wordt expliciet het beeld gebruikt van het huwelijk).  Uit deze woorden blijkt dat we God leren kennen door zijn onverbrekelijke trouw. Die trouw ontvangen de huwenden in het sacrament van het huwelijk uit Gods hand en tegelijkertijd is het hun plicht om deze gave van de trouw ook waar te maken. Het huwelijk is sacrament, “werkzaam teken van Gods nabijheid”,[5][5] en zodoende ten opzichte van God de plicht om de verbond gestand te doen.

Door de profeet Jeremia kondigt Jahwe een nieuw verbond aan, waar God zelf opnieuw het initiatief neemt: “Ik schrijf mijn wet in hun binnenste, Ik grif ze in hun hart. (…) Ik vergeef hun misstappen en denk niet meer aan hun zonden.” Jer. 31, 33; 34b)

>>>Dezelfde structuur vinden we wanneer er wordt gesproken over de huwelijkstrouw, het ja-woord  aan elkaar wordt gegeven in bewustzijn dat God de Eerste getuige is en dat het woord van trouw in huwenden bevestigd en sterk maakt. De verbondenheid met God is het vertrekpunt van het huwelijksverbond, zoals God aan zijn Volk getrouwd is, zo zijn de gehuwden geroepen de trouw aan elkaar waar te maken vanuit hun verbondenheid met God.

De huwelijkstrouw heeft in de bijbel getuigt van een sterk religieuze beleving, zie het boek Tobit. De toekomst wordt in Gods hand gelegd, Tobias bidt een zegenbede, welke door zijn Sara wordt beantwoord met “Amen” (Tobit. 8, 5-8). Dat is het vertrekpunt voor Tobias en Sara. Door de zegenbede zijn ze geheiligd en vangen het huwelijksleven aan. God is de basis van hun samenleven. Christus herstelt het huwelijk in zijn oorspronkelijke toestand, wanneer Hij antwoord op de vraag aangaande echtscheiding herneemt Hij het boek Genesis hoe de Schepper het huwelijk tussen man en vrouw heeft ingesteld en zegt Jezus met nadruk: “Wat God heeft verbonden, mag een mens niet scheiden” (Mt.19, 6).

Je zou kunnen zeggen, dat Gods trouw de mens in staat stelt tot werkelijke trouw in het leven.

 

Trouw in de huwelijksvoorbereiding.

 

Huwelijksvoorbereiding is meer dan alleen de praktische gang van zaken bespreken rond de huwelijksviering (hoe je staan en waar je moet zitten), maar de kern van het huwelijkssacrament moet centraal staan. Het is goed om duidelijk te vragen naar de motivatie om kerkelijk te huwen. Als antwoord op de vraag naar de motivatie zullen de meeste aanstaande echtparen het “ja-woord” te geven in het huwelijkssacrament, is antwoord dikwijls kort en dan in de zin van: “ja gewoon, het goed hebben met elkaar”. Als je dan de moed hebt om een stap verder te gaan en vraagt tot hoever trouw dan reikt, wordt het geven van een antwoord ineens veel moeilijker. Er is wel een soort aanvoelen, dat het gewoonweg belangrijk is. “Trouw is een soort gevoel dat je helemaal samen wilt zijn”, zo formuleerde een huwelijkspaartje het.

Voor de meeste aanstaande echtparen wordt er dan een nieuw licht geworpen op onvoorwaardelijke trouw. Dat trouw van doen heeft met God, die de eeuwig Getrouwe is en dat Hij ook te maken heeft met het woord van trouw in het huwelijk is over het algemeen compleet nieuw. Daaruit blijkt dat de huidige samenleving niet een diepe verstaan heeft van trouw en geeft het des te meer aan, dat het zinvol is “nader in te gaan op wat trouw en blijvende volledige overgave zijn”[6][6] Het is het fundament vereist is om helemaal ja te kunnen zeggen en om uiteindelijk ja te zijn. “Als wederzijdse schenking van twee personen verlangt deze intieme vereniging, als ook het welzijn van de kinderen, de volkomen trouw van de echtgenoten en vereist hun onverbrekelijke eenheid”[7][7] Zonder deze wezenlijke eigenschappen is het huwelijk niet mogelijk.

Je kunt niet in twee of drie bijeenkomsten alle aspecten van het huwelijk catechetisch uitleggen, er zou meer tijd besteed moeten worden om een gedegen besef te doen groeien als het gaat om dit zo wezenlijke aspect. Ook na de huwelijksdag gaat de zorg voor gehuwden door.

  

De grote dag van het ‘ja-woord’ en daarna

 

De huwelijksdag waar het ja-woord van het aanstaand echtpaar centraal staat (of zou moeten staan) wordt gevierd met een zeker gevoel voor traditie folklore. Inderdaad, vooral gevoelsmatig is het een belangrijke dag, anders, dan anders. De bruiloft wordt met veel feestelijkheden omgeven, soms zelfs zo sterk, dat de kern van de dag in het gedrang komt en is niet meer dan een klein moment binnen het geheel van de dag, een soort momentopname.

In de liturgie van het huwelijk staat de trouwbelofte centraal. Bruid en bruidegom beloven trouw aan elkaar “in goede en kwade dagen in armoede en rijkdom, in ziekte en gezondheid”. Een belofte die geldt doorheen alle situaties die zich voor kunnen doen, de trouw aan elkaar staat buiten kijf. In diezelfde trouwbelofte wordt ook aangegeven hoe zij deze waarmaken, namelijk door elkaar “lief te hebben en te waarderen al de dagen van hun leven”.[8][8] Deze twee realiteiten liefhebben en waarderen worden gevoed door het voortdurend verbondenheid met God, de eeuwig Trouwe, die de oorsprong is van de ware Liefde. Met het uitspreken van de trouwbelofte is de prioriteit gesteld voor de toekomst. Man en vrouw schenken niet alleen elkaar hun ja-woord, als gedoopten wijden zij zich in het huwelijkssacrament ook bijzonder toe aan God. Zo is hun woord van trouw, een door God geheiligd woord, hun liefde een door God geheiligde liefde, dat de “goddelijke Liefde openbaart”[9][9].

Kortom: op de huwelijksdag staat het onvoorwaardelijke en sacramentele ja-woord aan elkaar centraal door trouw zijn aan Hem. Zo mogen bruid en bruidegom een grote gave ontvangen uit Gods hand, de gave van het huwelijksverbond.

De kern van onvoorwaardelijke trouw is een leven van liefhebben en waarderen en die liefde moet telkens getoetst worden aan Gods eeuwige Liefde.

Vanaf de huwelijksdag, het moment dat man en vrouw als echtpaar door het leven gaan, is het zaak om het overtuigde ja-woord, dat gegeven ook met alle zorg te omgeven. Wat bedoel ik daarmee? Het is onvoldoende om alleen voor het huwelijk zorg te besteden aan de wezenlijk vragen  rond dit sacrament. Juist na de huwelijksdag, als de sleur van het alledaagse zich weer meester maakt van de gehuwden, is het noodzakelijk om dat ja-woord telkens te hernieuwen. Om met regelmaat het krachtige ja van de huwelijksdag te heroverwegen en steeds dieper wordtel te laten schieten in het leven zelf

Zoals we de doopbeloften heel uitdrukkelijk opnieuw uitspreken met de paaswake, zo ook zijn de gehuwden geroepen om in een geest van gebed hun toegewijd ja te hernieuwen. Het is een proces van geestelijke groei, waar het gebed van onschatbare waarde is. De kracht van ieder sacrament, dus ook van het huwelijkssacrament komt het best tot uiting, wanneer we het overwegen in gebed, in de viering van de sacramenten, en met name bedoel ik dan het sacrament van de eucharistie en van de verzoening. Daar kunnen we op uitmuntende wijze de overvloed van Gods genade bij ons binnen laten komen en ook steeds meer de rijke facetten ontdekken van de echte trouw. Waar de trouw beschadigd is wil de Heer genezen, maar genezing is pas mogelijk wanneer je erkent dat je genezing nodig hebt. Zo leeft het christelijk huwelijksleven op en komen de gehuwden dichter bij God, die zijn Trouw naar ons toe volledig waarmaakt. En als we dichter bij God komen, dan zullen de gehuwden die elkaar het heilig ja hebben gegeven ongetwijfeld ook steeds dichter bij elkaar komen. Dat onttrekt de gehuwden niet aan eventuele crises (we leven in deze wereld met alle moeilijkheden van dien), maar helpt hen er doorheen. Door de rotsvaste trouw, waartoe zij zich geroepen weten, mogen zij midden in onze wereld, die zo vaak het tegendeel laat zien van trouw, beeld zijn van Gods trouw, dat is hun zending in onze wereld. Een grootse opdracht, die vruchten moet dragen in onze maatschappij, al is dat maar in kleine mate. Vruchten zijn allereerst zichtbaar binnen het eigen gezin. De rijkdom van eenheid, geborgenheid, solidariteit en  onderling dienstbetoon, van vergevingsgezindheid zijn tot die vruchten te rekenen. Dat zijn de vruchten waar onze westerse maatschappij naar hunkert en die de mensenfamilie ook werkelijk verrijken en tot een menswaardiger niveau van leven brengen.

Wanneer we ons realiseren dat een groot deel van de Kerk bestaat uit gehuwden, is het duidelijk dat deze groep ook alle ondersteuning verdient in het beleven van hun roeping. Zij zijn het, die vanuit de kracht van het huwelijkssacrament op bijzondere wijze getuigen zijn van Gods trouw aan de mens. Het zijn de gehuwden die in hun gezinnen de eerste opvoeders zijn van een nieuwe generatie, ze zijn het levend voorbeeld in het liefhebben en waarderen waardoor ze aan de kinderen, de opkomende generatie, alles leren wat nodig is voor een gezond en hoogwaardig leven. De gezinnen die in verbondenheid met de Heer hun trouw beleven zijn een heel sterk en hoopvol teken voor de toekomst. In het voorbeeld van de gehuwden om de trouw steeds te hernieuwen bij God in het gebed, leert de jonge mens van zijn ouders waar de oorsprong ligt van de rijkdom van hun gezin.

Al deze aspecten van de levenstrouw voor gehuwden die zichtbaar worden in het gezinsleven verdienen een voortdurende vorming. Specifieke pastorale aandacht voor gehuwden[10][10] is een must.  Voortdurend in de leerschool bij Christus je leven laten bijschaven als gehuwden is geen luxe, maar een levenslange opdracht. Daartoe moet dan wel gelegenheid worden geboden.

De huidige situatie omtrent huwelijkspastoraal heeft het hoofdaccent op de huwelijksvoorbereiding. Gelukkig zijn er toch op verschillende plekken enkele goede initiatieven waar de gehuwden, met hun gezinnen voortgezette pastorale zorg ontvangen. Eigenlijk ook heel logisch. Immers, wanneer de stap eenmaal is gezet, dan is blijvende begeleiding een zeer goede ondersteuning voor de gehuwden. Daar kunnen ze de verschillende facetten van het huwelijksleven heroverwegen en vooral verdiepen in een klimaat van gebed en ontmoeting.

De Kerk van vandaag heeft de opdracht om de gehuwden met alle kracht te ondersteunen hun roeping waar te maken in een wereld, die steeds sneller verandert en waar de puinhopen van de ontrouw meer en meer zichtbaar worden. De mooie tekenen van hoop binnen onze kerk zijn tekenen van een voorwaardelijke “ja” en niet de versie met een ingebouwde reserve van: “ja, maar. Laten we hen  die onze Kerk geroepen zijn  tot het huwelijk met ons gebed omringen, opdat de tekenen van hoop beter zichtbaar worden.

 

verschenen in tijdschrift Emmaüs, nr.3, 2000.



[1][1] H. Arts: Waarom nog huwen. Kapellen, 1990, Tweede druk.

[2][2] K. Lehmann: Nichteheliche Lebensgemeinschaften und Christliche Ehe. In: Herder Korrespondenz, april 1984, blz. 173.

[3][3] Ibid.

[4][4] Apostolische exhortatie Familiaris consortio, nr. 7. (Vertaling: De Horstink, Amerfoort, 1981)

[5][5] C. Siegers: Ehe und Familienpastoral. Aachen ; Düsseldorf, 1991.

[6][6] J. Hermans / J. v.d. Mee: Huwelijksvoorbereiding. Brugge, 1986, blz. 36.

[7][7] Familiaris consortio, nr. 20.

[8][8] Nationale raad voor Liturgie: Orde van dienst voor de liturgische viering van het huwelijk. Tweede standaard uitgave. Zeist, 1996, blz. 36.

[9][9] ibid, Prefatie III van het huwelijk, blz. 51

[10][10] Familiaris consortio, nr. 69